Geglipt!
Bron: Parool. Tekst: Robbert-Jan Frielie
Zonder het van elkaar te weten, vormden de glippers van het Olyrnpisch Stadion een geheim genootschap. Zonder kaartje slopen ze binnen en gaven daarmee hun eigen betekenis aan het werkwoord glippen. Het stadion viert dat tachtig jaar geleden de eerste wedstrijd werd gespeeld, de glippers kijken terug.
Iedereen deed het, maar niemand wist het van elkaar. Eerst was er de spanning daarna de opluchting. Geglipt! Mart Smeets: "Dan had je gewonnen Dat was prachtig." Hoeveel glippers er in de loop de, jaren zijn geweest, is niet meer na te gaan.
Wel waarom de jongens het op zondagmiddagen en doordeweekse avonden in en rondom het Olympisch Stadion opnamen tegen hekken, suppoosten en hier en daar een hond. Het stadion van nu, dat alweer acht jaar als keurig verzorgd, ietwat deftig, monument door het leven gaat en zelden of nooit alle 33.000 tribuneplaatsen gevuld ziet, heeft weinig te maken met de "pisbak' van weleer, die ruimte bood aari 64000 man. Waar nu mannen zaken doen in de hippe bar Vakzuid en schoolklassen een bezoek brengen aan een museum dat Experience heet, trok het Olympisch Stadion lange tijd vooral de massa, die plaatsnam op de tweede ring (gebouwd in 1937, gesloopt in 1996) en de noodtribunes. Ze zagen er Blauw-Wit, DWS, Ajax of het Nederlands elftal. Martin Jol, opgegroeid in Haarlem: 'In het Olympisch Stadion werden de grote wedstrijden gespeeld. Dat trok geweldig." Henk Foppen: "Vanuit onze woonkamer konden wij de vlaggen van het stadion zien. je moest er geweest zijn. We zaten vaak onder het scorebord, op die noodtribunes. Als die gebruikt moesten worden, had je een heel dikke wedstrijd te pakken."
In dat bouwwerk van historische wedstrijden werd geglipt: zonder te betalen naar de wedstrijden gekeken. Omdat Amsterdamse jongetjes geen geld hadden voor een kaartje. Maar er waren ook andere redenen. Presentator Smeets (61): "Mijn vader was een keurige man. sponsorde van alles en ik kon altijd met hem mee. Maar ik wilde uit de pas lopen. Het was de protestvoering van de jonge Smeets. " Wie gratis binnen wist te komen, was een glipper. Soms lukte het niet: vooral de rustige wedstrijden 'kon je niet goed glippen'. Het woord werd een begrip. Wie ernaar vraagt, hoort eerst een kreun. Oef, dat is lang geleden. Dan volgt een verhaaltje. Na dat verhaaltje moet er ineens een plattegrond getekend worden en komt er nog een anekdote. En na die anekdote volgt Het Verhaal Dat Je Absoluut Niet Mag Missen. Chris Schróder (74 gepensioneerd staflid van de tennisbond) moet één van de eerste glippers in het Olympisch Stadion zijn geweest. Hij groeide op aan de Stadionweg "Er woonde wel een opzichter, Chris Berger. Hij was een oud kampioen op de honderd meter en die man kon een partijtje lopen! Maar als hij achter ons aan kwam, ontsnapte, we altijd. Het stadion was ons speelterrein. We kenden gaten die hij niet kon vinden." Zo ontdekten Schröder en zijn broer Herbert tijdens een van de vele ontdekklingstochten door het stadion een luik in het herentoilet van de Marathontribune. Daarachter vonden de twee de ruimte waarin ze zich jarenlang op zondagen zou den verstoppen totdat de wedstrijd begon. Schröder "Als je vroeg kwam, was er nog geen controle. Bij wedstrijden van twee uur waren wij er rond half tien en dan kropen we in die ruimte. We namen van alles mee. Een luchtbed, boeken, kaarsen, foerage. We maakten er zelfs ons huiswerk, dat meest ook gebeuren. En als de wedstrijd begon, lieten we ons zakken." Henk Foppen (50), verkoopdirecteur bij een internationaal modehuis, roeide met drie vrienden vanaf het Jaagpad via de Schinkel naar het water achter het stadion." Daar hadden we een soort Parkeerhaven gemaakt." Het stadionterrein was daarna zo bereikt. “Er stonden oude hekken. Daar kroop je zo doorheen."
Eenmaal op het terrein. begon het glippen pas echt. Behalve bij de hoofdingang was er kaartcontrole bij de opgang van de tribunes. Foppen: "je meest geduldig wachten tot er ergens een lange rij stond en dan kropen we langs de benen van de mensen. Die suppoosten zagen dat niet." Het glippen was vooral doen alsof: de suppoost rechts laten denken dat zijn collega links het werk deed. Of de rol aannemen van het kind naast de vader. Willem van Elmpt (58, sportjournalist) "Als ik zag dat ze me in de gaten hielden, gaf ik iemand een tik op zijn arm en dan begon ik te praten. Ik had slechts twee zinnen antwoord nodig, dan leek het alsof ik bij hem hoorde." Smeets: 'Als je naast zo'n chique Amsterdammer met een hoed op ging staan, lukte het wel, hoor. Dan kreeg je een beetje een vader-zoonverhouding. Van Elmpt:' De controleurs wilden niet afgaan. Vaak vroegen ze niet eens meer naar je kaartje.` Misdaadverslaggever Peter R. de Vries (51): 'Vaders met kinderen, daar moest je je tussen wurmen. Soms werd ik eruit gepikt. Dan ging ik naar de volgende ingang."
Martin Jole (38, senior consultant bij een uitzendbureau), lid van de laatste generatie glippers, klom met zijn vrienden op het dak van de kassa bij de hoofdingang en sprong er aan de andere kant weer af. Jole: ‘Natuurlijk werd dat gezien. Maar de suppoosten van toen waren mannen van zeventig met een pet op. Het was gewoon rennen geblazen”.
Hoe dieper de voormalige glippers graven in hun herinnering, hoe meer jaartallen, wedstrijden en gebeurtenissen bovenkomen. Ook al hebben ze misschien maar een keer geglipt, het voelt nu alsof ze jaren niets anders deden. De fantasie is moeilijk in toom te houden als het gaat om het spannendste spel van hun jeugd. Wie snelle benen had, rende. Wie slim was, kwam rustig het stadion binnen. En wie het meeste lef had, probeerde een suppoost om te kopen door een dubbeltje in zijn hand te stoppen, terwijl hij hem liet denken dat het een rijksdaalder was. Zelfs Otto Roffel, ouddoelman van GVAV glipte zelf als klein jongetje in het Oosterpark in Groningen en maakte zich, toen hij de baas was van het stadion (1970-2000), geen illusies: elke maatregel tegen het glippen leidde tot een tegenzet. Zette Roffel extra mannetjes op gevoelige lekken, dan kwamen de glippers ergens anders wel naar binnen. En liet hij het hek langs de Schinkel vernieuwen, dan was dat slechts een barrière voor korte tijd. Foppen: "De eerste keer dat we het zagen, stortte onze wereld in. Wat nu? Later, klommen we er gewoon overheen".
Weer hadden de glippen het spel gewonnen. Ze voelden zich bekeken door honderden paren ogen, maar waren ontkomen aan politieagenten met honden, hadden de suppoosten misleid en een plaats gevonden naast de betalen de toeschouwers. Van Elmpt:"Ik vond het elke keer weer eng, het voelde als een overwinnig nuttig op mezelf." Foppen: "Als je niet oppaste, greep zo'n agent je zo in je nekvelletje. Dat gevoel, als je binnen "zat... Gelukt! Je zat eerst nog een tijdje met het zweet in je handen, totdat je rust kreeg." De Vries herinnert zich hoe hij, eenmaal binnen, over de tweede ring naar de eretribune klauterde. Als je dat op school kon vertellen, was je de man, Het was veertig, vijftig meter hoog. Als mijn zoon dat nu zou doen, zou ik niet zo blij zijn." Gepakt is hij nooit. Hij heeft wel eens een helft lang tevergeefs geprobeerd het stadion binnen te komen. Maar uiteindelijk lukte het altijd en zo heeft hij, claimt De Vries, begin jaren zeventig alle belangrijke EuropsaCup duels van Ajax gezien. Gratis. Foppen was, zo zegt hij zeIf , "een volleerd glipper ', al werd hij wel twee keer gepakt. De ene keer mocht hij doorlopen, de andere keer moest hij naar buiten. Ook bleef hij eens haken aan het hek. "Ik zat met een enorm bloedende kniewond in het stadion , de pijn was verschrikkelijk. Het litteken zit er nog." Schröder : "Mlijn broer is een keer vol in zijn bil gepakt door zo'n politiehond. Hij was braaf blijven staan, maar dat beest greep hem toch. Mijn vader was woest. Die smeris moest later zijn excuses aanbieden."
De zweethanden van toen hebben nu plaatsgemaakt voor weemoed. In de jaren ertussen is veel gebeurd. Stadions waar jongetjes gaten kennen die voor de rest van de wereld verborgen blijven, bestaan nier meer. Toen hij uit tram 16 stapte op hei Stadionplein, stond Jole op een dag ineens oog in oog met tweehonderd ME'ers. Daarvoor, in 1983, was een fragmentatieborn ontploft bij Ajax-FC Den Haag, in 1985 waren 39 doden gevallen in het Heizelstadion. Jole: "Daarvoor werd alles als onschuldig gezien. Op glippen stond ook geen sanctie. je werd opgetild en buiten neergezet"
De meeste glippers stopten ermee toen ze zelf een kaartje konden betalen. Of ze vonden dat stiekeme gedoe op den duur veel te lastig. Tot die tijd hadden we tot een geheim genootschap behoord dat omvangrijk was, maar daar geen notie van had. Schröder: "We gaven geen ruchtbaarheid aan wat we deden. We moesten met zijn tweeën blijven, anders ging het mis." Foppen: "Ik heb altijd gedacht dat we de enigen waren. We waren alleen met onszelf bezig" De Vries: 'Als je nu de verhalen hoort, lijkt het wel alsof de hele wereld glipte." Glippen kan niet meer, dat was iets van toen. Alhoewel... tijdens een gesprek met een voormalig glipper in het stadion, riep een jongen, een jaar of zeventien, in het voorbijgaan ineens: "Glippen? Dat doe ik in de Arena." Smeets: "Ik kan ieder kind aanraden het te proberen. Glippen hoort bij het leven."
Chris Schröder (1934)
Gliphoogtepunt, 2 april 1950 Ajax-Heerenveen 2-1
"Je had in die tijd zes afdelingen in de eerste klasse. De kampioenen moesten aan het eind van het seizoen tegen elkaar en in Noord was de kampioen altijd Heerenveen, met Abe Lenstra. Bij Ajax speelden toen mensen als Rinus Michels, Gé van Dijk en Guus Dräger. Van Michels heb ik zelf nog een halfjaar training gehad bij AFC, waar ik in de achterhoede speelde. Dat was in 1958. De uitslag van die wedstrijd tussen Ajax en Heerenveen kan ik me niet goed herinneren. Uit werd het dacht ik 6-5 voor Heerenveen. Maar thuis? Ach, bij mensen die nu nog precies dingen navertellen over voetbalwedstrijden van meer dan vijftig jaar geleden, heb ik mijn twijfels. Het is allemaal fantasie!'
Willem van Elmpt (1950)
Gliphoogtepunt: 16 september 1964 DWS-Fenerbahce 3-1
Ik verkeerde al twee weken in opperste staat van opwinding, want DWS speelde Europa Cup, een geweldige happening. DWS was voor mij dé club. Ik kon me niet voorstellen dat mensen gewoon gingen eten als DWS verloor. Voor mij was het leven dan niet meer leuk. Zo'n Europa Cupduel betekende voor mij misschien wel een halfjaar zakgeld.Toen ik door de controle was gegliipt en eenmaal binnen zat had ik een geweldig gevoel. Een halfjaarzakgeld, en ik zat daar gratis maar het opwindendste van die avond was het zingen. Johnny Hoes had in die tijd de hit “En van je hoempa!” en daar kwam dan DWS achteraan. Dat werd op de tribunes massaal gezongen."
Henk Foppen
Gliphoogtepunt 30 april 1970 Ajax-MVV 2-0
"Ik kan mij fantastische wedstrijden van Ajax herinneren. Het afscheid van Johan Cruijff in 1978, de vijf doelpunten van Ruud Geels tegen Feyenoord in'75, het de buut van Soren Lerby en Frank Arnesen. Maar toen was ik al ouder, die wedstrijden kan ik niet geglipt hebben. Van de wedstrijden die ik wel geglipt heb, weet ik niets meer. Ik leefde er altijd enorm naartoe. Dat begon op zondag met de televisie. Dan kwam de maandag. Johan Cruijff iegde nog wel eens een bommetje. Dinsdagen woensdag, langzaam maakte ik mezelf gek. Het glippen ging vooral om hef rondkijken op de tribunes en wat er in zo'n groot stadion gebeurde. De kick van het binnenkomen was belangrijker dan het spel.
Martin Jole (1969)
Gliphootgtepunt 18 september 1983 Ajax-Feyenoord 8-2
"Jongen, zou jij dat nou wel doen?" had mijn moeder gevraagd. Het waren andere tijden, maar Ajax-Feyenoord was niet helemaal ongevaarlijk. Tijdens de wedstrijd begon het te stromen, stromen van de regen. We waren helemaal doorweekt. Wat die wedstrijd legendarisch maakte was niet de regen of de uitslag, Johan Cruijff deed mee bij de tegenstander! Ik vond dat speciaal, om ik anderhalf jaar daarvoor zijn comeback had gezien voor Ajax. In De Meer tegen Haarlern en hij scoorde die fantastische lob. Na die 8-2 was Marco van Basten mijn nieuwe held. Hij scoorde drie keer en zou de opvolger worden van Cruijff. Dat had hij in dat duel laten zien. Ik was er zelfs van overtuigd dat hij groter zou worden."

Reacties